test tablepress

LatijnVOXwoordGenitivusGeslachtStamtijdenBetekenisEtymologie NLEtymologie ENGEtymologie FREtymologie DUEtymologie overig
a(b)/van(af), doorto abuse, to abalienate ('tot vijand maken'), abduction ('ontvoering'; < ab-ducere 'wegnemen'), aberration ('afwijking'; < ab-errare 'af-dwalen), abiotic ('niet levend'), abnormal, to abolish ('afschaffen'), abomination ('walgelijk iets'), ablative, appeasement
ac, atque/en----
accendo (accendĕre)/accendi, accensumin brand steken, aanvuren----
incendo (incendĕre)/incendi, incensumin brand steken-(to) incense (bewieroken)l'encens ('wierook'), l'encensement ('bewieroking') encenser ('bewieroken'), encensoir ('wierookvat'), l'incendie ('brand'), incendier, incendiaire, l'encenseur-
incendium/incendiin.brand-incendiary--
acer/acrisacris, acrehevig, fel vurigacetyl ( < acetum (vinum) 'scherpe wijn' < ac-re < acer), acryl ('scherp/bijtend'), ahorn (onzeker), exacerbatie ('verergering van een ziekte'), vinaigrette (vinum aigre > acer)acerbity, exacerbitation, acetic (vinum acetum < acere < acer), acrylic, eager (< Oudfr. aigre < acrem (acc. van acer)), acridAcryl
acies/acieif.slag, slaglinie-edge (van stam *ak- > -acg- > egg- > edg-)--
acutusacuta, acutumscherpacute, ague ('malaria', betekende eerst letterlijk: 'plotselinge koorts')-akut, Akut
ad/naar, tot, bijto add (< ad-do), advertisement, to addict (< ad-dico), addition (< ad-do), adept (ad - apiscor), adjunct (ad - iungo), to admire (ad - mirus), adult (adultus ppp. van adolesco), adolescent (< adolesco < ad-alesco), advocaat (< ad - voco)Abenteuer (< Oudduits aventiure < *adventura (ptc. fut. van advenio), Adjunkt, Adjutant, Administration, Advokat (< ad-voco), affirmativ, Akkusation ('beschuldiging'), Alliteration, assoziieren, Assoziation
ad + gerundi(v)um/om te
adeo/zo, zozeer----
adipiscor (adipisci)adeptus sumverkrijgenadept ('ingewijde'; < adeptus (ppp. adipiscor)adept (deskundig, bedreven)--
administro (administrare)beheren, besturenadministratie, administreren, administrateur, administratiefadministrative, to administrate, administrator, administration, to administerl'administration, administrer, administrativeAdministration, administrativ, Administrativenteignung, administrieren
adolescens/adolescentism.jonge manadolescentadolescentadolescentadoleszentoorspr. ppa. van adolesco ('hij die aan het opgroeien is'; < ad - alesco 'opgroeien')
adversus (adj)/adversa, adversumtoegewend, recht tegenover, ongunstig, vijandigavers ('afgunstig'), aversieadversity, adversary, adverse-
adversusadversa, adversumongunstig, vijandig, toegewend, recht tegenoveravers ('afgunstig'), aversieadversity, adversary, adverse-
adversus, adversum/tegen(over), jegensavers ('afgunstig'), aversieadversity, adversary, adverse-
adulteriumadulteriin.overspel-adultery, adulterous-
aedesaedisf.vertrek, tempelediel (< aedilis < aedis)edifice ('gebouw'; < aedificum 'gebouw' < aedis)-
aeger/aegra, aegrumziek-aegrotat ('bewijs dat een student ziek is'; < aegroto 'ziek zijn' < aeger)--
aegre/met moeite, ongaarne----
aequo (aequare)/evenaren, gelijk makenadequaat ('overeenkomstig'), equalizer, equatie ('verevening'), equator ('verevenaar'), ijken ('waarmerken'), perequatie ('vereffening'), adequatie, adequerenadequate, equalizer, to equalize, equate, equator ('evenaar')
aeque/net zo, even----
aequoraequorisn.zee(oppervlak)----
aequus/aequa, aequumgelijk, vlak, billijk, gunstigequal, equable, equation, equilibrium, equanimity, equivocation, equivalent (< equi-valens < equi - valeo 'evenveel - waard zijn')
iniquus/iniqua, iniquumongunstig, onrechtvaardiginiquiteit ('ongelijkheid')iniquity ('ongelijkheid')-
m.(beneden)luchtmalaria (< mala aria < malus aer 'slechte lucht'), aerodynamisch, aerobics, ariaaer, aerobatics, aerobic, aircraft, aeroplane, aerosol, aerospace, aeration, aerialAir, Airbus, Airport, Arie, MalariaGrieks leenwoord
van -, in de lucht-aerial--
aes/aerisn.brons, geldera (van aera: 'aparte getallen van een rekening' > 'aparte getallen' > 'jaren'), ertsera (van aera: 'aparte getallen van een rekening' > 'aparte getallen' > 'jaren')-
aestasaestatisf.zomerestivatie ('zomerslaap/manier waarop de bladeren van een bloemknop elkaar bedekken')to estivate ('de zomer doorbrengen/zomerslaap houden')--
aestimo (aestimare)/schatten, menen-to estimate, to aim-
aestus/aestusm.deining, hitteeest (smidshaard), estuarium (< aestuarium; riviermond waar eb en vloed sterk merkbaar zijn)estuary (< aestuarium; wijde riviermond), estivate ('de zomer doorbrengen/zomerslaap houden')-
aetas/aetatisf.leeftijd, leven(stijd), periodeMiddeleeuwen (media-aetas, onzeker (zie ook aevum))age (< Vulg. Lat. aetaticum < acc. aetatem), teenager-
aeternus/aeterna, aeternumeeuwig-eternity, eternal, sempiternal (< semper-aeternus 'altijd-eeuwig')-eternisieren (< aeternare < aeternus)
aetheraetherism.(boven)lucht, hemeletherether
aevumaevin.tijd, leven(sduur)eeuw (niet rechtstreeks afgeleid, slechts verwant (zie ook aestus)), Middeleeuwen (< media-aevum, onzeker)medieval (< medium-aevum), coeval (< co-aevum (met dezelfde leeftijd))-
ager/agrim.akker, veldagrarian, agriculture, pilgrim (< Lat. pelegrinus < peregrinus < peregre ('uit het buitenland') < per-agri 'ver/voorbij het land') zo ook: peregrination, acreagricole, l'agriculteurAgrarier, agrarisch, Agrikultur, Agronomisch (landbouwkundig)ἀγρός (Oudgr.)
agrestisagrestis, agrestetot de akker behorend, onbeschaafdagrest ('nog onrijpe druiven/landelijk')---
aggredior (aggredi)/aggredior, aggressus sumzich wenden tot, ondernemen, beginnen, aanvallenagressie, agressor (iemand die aanvalt/begint met geweld gebruiken)aggressive, aggressor (iem. die begint met geweld gebruiken), agress ('aanval')agresser, agressifAggression, aggressiv, aggressor (iem. die begint met geweld gebruiken)
digredior (digredi)digredior, digressus sumuiteengaan, afdwalendigressie ('uitweiding')digression ('uitweiding'), to digressla digression ('uitweiding')Digression ('uitweiding')
egredior (egredi)/egredior, egressus sumweggaanegressief ('gevormd tijdens het uitademen')egress (uitgang, uitweg)--
ingredior (ingredi)/ingredior, ingressus sumbinnengaan, beginneningredient (< ppa. ingrediens), ingress ('ingang, toegangsrecht')Ingrediens, ingressiv (het begin uitdrukkend)
progredior (progredi)/progredior, progressus sumvoortgaanprogressie, progressief (omschrijving politieke ideologie)progress
gradus/gradusm.stap, trede, rangordegrade, gradual, to graduate, degree, congress (< con-gredi < con-gradus 'samen-komst')Grad, gradual, graduieren, degradieren
ago (agĕre)/egi, actumdrijven, (be)handelen, doorbrengenactie (< ppp. actum), agenda (< res agenda: gerundivum van ago 'dingen die gedaan moeten worden'), acteur (< Lat. actor 'iem. die handelt'), agent ('vertegenwoordiger (o.a. van politie)'), akte (< acta 'de behandelde dingen'), navigatie (navis-agere 'schip - leiden'), reageren (< re-agere 'terug - doen'), redactie (action, actor, agility (ἄγω (Oudgr.)
age (imper. bij agĕre)vooruit!----
agito (agitare)/opjagen, zich bezig houden metagiteren, (vaak gebruikt: geagiteerd 'heftig')to agitate ('prikkelen'), agitationagiter ('prikkelen'), cuider (< cogitare < co-agito)Agitation, agitieren
exagito (exagitare)opjagen, geen rust laten----
exigo (exigĕre)/exegi, exactumuitdrijven, verjagen, opeisen; volbrengen, doorbrengenexact (< ppp. exactus), essay (< Fr. essai 'poging' < Lat. exagium 'weging' < exigo)exact (< ppp. exactus), essay (< Fr. essai 'poging' < Lat. exagium 'weging' < exigo), exigenceexact, exiger, l'exigence ('eis')exakt
exiguus/exigua, exiguumklein, gering-exiguous ('klein')exigu ('klein')
cogo (cogĕre)/coegi, coactumbijeenbrengen, dwingencoactie ('dwang'), klatser ('knoeier'; < Fr. cache < Fr. cachier < Lat. coactare < cogere. in betekenis: klanknabootsing van de zweep (=werk slecht doen) < dwingen < voortdrijven)cogent ('noodzakelijk'), squat ('kolonist'; < Fr. esquatir 'neerhurken' < Vulg. Lat coactire < cogere)cacher, le cachot ('gevangenis'), cachet ('stempel' < 'bevel tot arrestatie')-
perago (peragĕre)/peregi, peractumvoltooien, behandelen----
subigo (subigĕre)subegi, subactumonderwerpen, dwingen----
agmen/agminisn.stoet, kolonne----
agnusagnim.lam, jong schaap--l'agneau ('lam')-
ait/zeggen, beweren----
aiunt/zeggen, beweren----
alaalaef.vleugel (van een vogel), vleugel (van een leger)aileron ('rolroer'; < verkleinw. van Fr. aile 'vleugel' < ala),-l'aile ('vleugel'), aleter-
alesalitisf.gevleugeld, vogel---
albusalba, albumwitAlbus Perkamentus (onecht Latijn; naam), Oudgr. ἀλφός
aliqui/aliquae, aliquodeen (of ander), enig
alioquioverigens----
aliquando/eens, ooit----
aliquis/alicuiusm.iemand, een of andere-hidalgo ('spaanse edelman'; < Sp. fidalgo < filho de algo --
alius/aliusalia, alium(een) anderalias ('bijnaam'), alibi ('bewijs dat men onschuldig is'; < Lat. alibi < alius - ibi ('ergens anders - daar'))alibi ('bewijs dat men ergens anders was' < Lat. alibi < alius-ibi (ergens anders - daar)), alias ('bijnaam')Alibi ('bewijs dat men onschuldig is'; < Lat. alibi < alius - ibi ('ergens anders - daar')), Alias ('bijnaam')Oudgr. ἄλλος
alius ... alius/de een ... de ander----
alii…alii/sommige…andere----
alienus/aan een ander toebehorend, vreemd, ongunstigalien (bijv. nw. 'vreemd' of zst. nw. 'buitenaards wezen')-Alienation ('vervreemding, verstandsverbijstering')
aliter/op een andere wijze, anders----
aliter ac/atque/anders dan----
alo (alĕre)/alui, altumvoeden, grootbrengenadolescent (< ad-alesco < alo 'iem. die opgroeit'), coalitie ('verbinding van partijen, bijv. in de regering'; < Lat. coalitium < co-alesco 'samengroeien, zich verbinden'), alimentatie ('bedrag dat gescheiden ouders voor hun kinderen moeten betalen'; < Lat. alimentatio < alimentum ('levensonderhoud') < alo)adolescent (< ad-alesco < alo 'iem. die opgroeit'), alimentary (< alimentum ('levensonderhoud') < alo), aliment ('voedsel'; < alimentum ('levensonderhoud') < alo)l'aliment ('voedsel' < alimentum ('levensonderhoud') < alo), la coalition ('verbinding van partijen, bijv. in de regering' < Lat. coalitium < co-alesco 'samengroeien, zich verbinden')Alimente ('bedrag dat gescheiden ouders voor hun kinderen moeten betalen'; < Lat. alimentatio < alimentum ('levensonderhoud') < alo), Koalition ('verbinding van partijen, bijv. in de regering'; < Lat. coalitium < co-alesco 'samengroeien, zich verbinden'), Proletarier (< pro-alere)
almusalma, almumvoedend, weldadig-Alma Mater ('milde/gevende moeder', naam voor universiteit)--
alter/alteriusm.de een (c.q. de ander), tweedeto alter ('veranderen'), to alternate ('afwisselen'), altruism ('het rekening houden met anderen (ethische overtuiging)'),autre, alternatif (< Lat. alternativus < alternus 'afwisselend' < alter)Alteration ('afwisseling'), alternativ (< Lat. alternativus < alternus 'afwisselend' < alter), Altruismus ('het rekening houden met anderen (ethische overtuiging)')
altus/hoog, diephobo (blaasinstrument < haut bois 'hoog-hout' (de hobo maakt een hoog geluid)), alt (lage vrouwenstem; oorspr. hoge mannenstem < vox alta 'hoge stem'), oud (onzeker), altimeter ('hoogtemeter')to enhance ('vergroten, versterken'; < anhaunsen < Oudfr. enhaucier < Vulg. Lat. inaltiare < in-altare < altus), old (onzeker), to exalt ('verheffen'; < ex-altare < altus)haut, la/le hautbois (blaasinstrument 'hoog-hout' (de hobo maakt een hoog geluid))Alt ((lage vrouwenstem, oorspr. hoge mannenstem < vox alta 'hoge stem'), Altan ('balkon'), Hausse ('koersstijging'), Altimeter ('hoogtemeter')
altitudo/altitudinisf.hoogte, diepte-altitude ('hoogte')--
amboambae, ambobeide (tezamen)ambidexter ('zowel links als rechtshandig (zijn)'; < ambo-dexter ('beide-handen')), ambivalent ('dubbelzinnig, tegenstrijdig'; < ambi-valens < ambo-valeo 'beide - waard zijn')ambidextrous ('zowel links als rechtshandig (zijn)'; < ambo-dexter ('beide-handen')), ambivalence ('dubbelzinnig, tegenstrijdig'; < ambi-valens < ambo-valeo 'beide - waard zijn')ambidextre ('zowel links als rechtshandig (zijn)'; < ambo-dexter ('beide-handen')), ambivalent ('dubbelzinnig, tegenstrijdig'; < ambi-valens < ambo-valeo 'beide - waard zijn')Ambivalent ('dubbelzinnig, tegenstrijdig' < ambi-valens < ambo-valeo 'beide - waard zijn'), Ambition ('eerzucht' < ambitio 'najagen, rondgaan om stemmen te verwerven' < ambire < ambi-ire 'rondom-gaan' < ambo)Oudgr. ἄμφω
ambulo/wandelenambulance ('gaand ziekenhuis, veldziekenhuis'), allure (meestal negatief: 'arrogant' < 'opvallende houding' < 'opvallende manier van lopen'), prealabel ('voorafgaand'; < prae- 'voor' allable < aller < ambuler < ambulare), noctambule ('slaapwandelaar'; < noctis-ambulo (' 's nachts- lopend')), allee (dialect: 'vooruit')alley ('steegje', waar je door kunt lopen), ambulance ('gaand ziekenhuis, veldziekenhuis'), ambulant ('lopend (i.t.t. bedlegerig'))aller, l'ambulance ('gaand ziekenhuis, veldziekenhuis'), le/la noctambule ('slaapwandelaar'; < noctis-ambulo (' 's nachts- lopend'))Oudgr. ἀλάομαι
amnis/amnism./f.stroom, rivier----
amo (amare)/liefhebben, houden vanamateur ('iem. die iets voor liefhebberij doet'; < amator 'liefhebber, vrouwengek' < amo), aimabel ('lieflijk'; < ama- bilis ('lief - lijk'))amateur ('iem. die iets voor liefhebberij doet'; < amator 'liefhebber, vrouwengek' < amo)aimer, aimable, l'amateur ('iem. die iets voor liefhebberij doet'; < amator 'liefhebber, vrouwengek' < amo)Amateur ('iem. die iets voor liefhebberij doet'; < amator 'liefhebber, vrouwengek' < amo)
amor/amorism.liefdeamoureus ('op liefde betrekking hebbend'; < amorosus < amor), Amor (god van de liefde)amourous ('op liefde betrekking hebbend'; < amorosus < amor), paramour ('liefje': < par amour)amoureux ('op liefde betrekking hebbend'; < amorosus < amor), les amourettes ('liefdesavontuurtjes')It. l'amore
amicus/amica/amici/amicaem.vriend/vriendinamicaal ('vriendschappelijk'; < amicabilis), amice ('vriend')amicable ('vriendelijk'; < amicabilis)l'ami(e) ('vriend'; afkorting van amice), l'amice ('vriend'), amical ('vriendschappelijk'; < amicabilis)-
amicitia/amicitiaef.vriendschap-amity ('vriendschap'; < Vulg. Lat amicitatem < amicitas = amicitia)-
inimicus/inimicim.vijand(ig)-enemy (< in - amicus 'tegen - vriend' (i.e. geen vriend))-
amarusamara, amarumbitter, grievendamper ('ternauwernood'; < 'bitter, wrang, onaangenaam', morel ('kers'; < amarellus < amarus), amarel (soort kersenboom; < amarellus < amarus)morello ('kers'; < amarellus < amarus)amer ('bitter')Amarelle ('kers'; < amarellus < amarus)
amplector (amplecti)amplexus sumomarmen, omvatten----
complector (complecti)/complexus sumomarmen, (be)grijpencomplex ('samengesteld geheel'; < ppp. complexus 'bij elkaar genomen'), complice ('medeplichtige'; < complexus 'hij die omarmt wordt/hij die volgt')complex ('samengesteld geheel'; < ppp. complexus 'bij elkaar genomen')complexe ('samengesteld geheel'; < ppp. complexus 'bij elkaar genomen')Komplex ('samengesteld geheel'; < ppp. complexus 'bij elkaar genomen')
complexuscomplexusm.omarmingzie complectorzie complectorzie complectorzie complector
amplus/ampla, amplumruim, aanzienlijkampel ('breeduit, genoeg'), amplificatie ('vergroting'; < amplificatio < amplius - ficio 'groter - maken'), amplitude ('schommeling'; < amplitudo < ampl - -tudo 'grote omvang')to amplify ('vergroten'; < amplificare < amplius - ficio 'groter - maken'), ample ('breeduit, genoeg'), amplitude ('schommeling'; < amplitudo < ampl - -tudo 'grote omvang')l'amplification ('vergroting'; < amplificatio < amplius - ficio 'groter - maken'), ample ('breeduit, genoeg'), amplitude ('schommeling'; < amplitudo < ampl - -tudo 'grote omvang')Amplification ('vergroting'; < amplificatio < amplius - ficio 'groter - maken'), Amplitude ('schommeling'; < amplitudo < ampl - -tudo 'grote omvang')
an/vraagpartikelof----
anguisanguism.slang----
angustus/angusta, angustumnauw, eng, beperktangst (< angor 'angst', verwant met angustus)---
anima/animaef.adem, levensadem, leven, zielreanimatie ('iem. weer tot leven wekken'; < re-animare 'opnieuw - leven inblazen' < animus), animeren ('vermaken'; < animare 'bezielen'), animatie ('vermaking'; < animare 'bezielen')to animate ('vermaken'/'opvrolijken'; < animare 'bezielen'), reanimation ('iem. weer tot leven wekken'; < re-animare 'opnieuw - leven inblazen' < animus)l'ame ('ziel, geest'), ranimer ('iem. weer tot leven wekken'; < re-animare 'opnieuw - leven inblazen' < animus)Animation ('verlevendiging'/'beelden in fims tot leven wekken'; < animare 'bezielen'), animieren ('vermaken'; < animare 'bezielen'), Reanimieren ('iem. weer tot leven wekken'; < re-animare 'opnieuw - leven inblazen' < animus)Lat. animal ('dier', En. animal) betekent letterlijk 'bezield'
animadvertereanimadverti, animadversumop-/aanmerkingen maken op, straffen-animadversion ('kritiek')animadversion ('afkeuring')-
animal/animalisn.levend wezen, dieranimaal ('dierlijk'), mustang ('prairiepaard'; < *mixtanim < Lat. mixta animalia 'loslopende dieren die zich vermengen met de kudde' < misceo 'mengen')animall'animalAnimalLat. animal betekent letterlijk 'bezield' < anima
animus/animim.ziel, geest; gemoed; moedanimo ('opgewektheid'; < animus 'stemming/gemoed')animosity ('verbittering, haat'; < animositas 'moed, eerzucht, vijandschap' < animosus 'moedig, trots, hartstochtelijk')--
annus/annim.jaaranno (vaak bij merken, bijvoorbeeld: anno 1807; lett. 'in het jaar' (gesticht)), decennium (periode van 10 jaar; < decennis 'tienjarig' < decem- annus) zo ook millenium, annuarium ('jaarboek'; < annuarius 'jaarlijks'), annaal ('jaarlijks'), kwartaal ('vierde van een jaar'; < quartus - annus 'een vierde - jaar')decennial ('tienjaarlijks'; < decennis 'tienjarig' < decem- annus), anual ('jaarlijks'), annuity ('geld dat jaarlijks wordt uitgekeerd')
ante, antea (adv.)/tevoren
ante (prep.)/voor
antequam/voordat
antiquus/antiqua, antiquumoud
antrumantrin.grot
anxiusanxia, anxiumbezorgd, angstig
aperaprim.wild zwijn
aperio (aperire)/aperui, apertumopenen, onthullen
apertus/aperta, apertumopen, openbaar
apisapisf.bij
appareo (apparēre)/apparuiverschijnen
apparet/het is duidelijk
appello (appellare)/toespreken, roepen, noemen
aptusapta, aptumgeschikt
apud/bij
aqua/aquaef.water
ara/araef.altaar
aratrumaratrin.ploeg
arbitror (arbitrari)/menen
arbitratus/arbitrata, arbitratummenend, in de mening dat
arbitriumarbitriin.oordeel, beslissing